maandag 30 juli 2012

Groningen Nieuw Statenzijl



Nieuwe Statenzijl is een gehucht in de gemeente Oldambt in de provincie Groningen. Nieuwe Statenzijl telt ongeveer 5 huizen en een grote spuissluis die deWesterwoldse AA en de Dollard scheidt. Ook is er een schutsluis.. Via de Westerwoldse Aa, die vanaf Nieuweschans ook wel de Binnen Aa wordt genoemd, wordt het overtollige water uit Oost-Groningen en Zuidoost-Drenthe - een aaneengesloten gebied van in totaal 92.000 hectare – richting de Dollard afgevoerd. Als de spuicapaciteit van de geautomatiseerde sluis bij een hoge waterstand in de rivier maximaal wordt benut, kan er dagelijks negen miljoen m3 water op de Dollard worden geloosd. De ernaast gelegen schutsluis verschaft de kleinere schepen toegang tot de Dollard. De schutsluis kan schepen van maximaal 8,5 meter breed en 70 meter lang van hoog naar laag water brengen en omgekeerd. De dubbele sluisdeur aan de Dollardkant zorgt voor extra veiligheid bij hoogwater. Het sluizencomplex werd op 21 mei 1991 door koningin Beatrix officieel in gebruik gesteld.
(bron wikipedia)


Nij Stoatenziel

Nij Stoatenziel, doe bist mien end en mien begun,
Doe bist mien moan, en doe bist mien zun.
En bie leeg wotter spaigelt Dollerd zich in ’t sliek
Nij Stoatenziel, doar wil ik strunen achter diek, oh joa,
Nij Stoatenziel, doar wil ik strunen achter diek.

Vlak achter Drijbörg in mien mooie polderlaand,
Ligstoe te dreumen aan die gruine diekenraand.
In in november zai ik de ganzen in heur vlucht,
Ze schrieven dien noam tegen de strakke lucht, oh joa,
Ze schrieven dien noam tegen de strakke lucht

Nij Stoatenziel, veur wel de rust en roemte wil,
Doar staait ’t tij en sums de tied nog even stil.
En bie leeg wotter spaigelt Dollerd  zich in ’t sliek
Nij Stoatenziel, doar wil ik strunen achter diek, oh joa,
                                                                             Nij Stoatenziel, doar wil ik strunen achter diek.
                                                                             Nij Stoatenziel ……………. Nij Stoatenziel,
                                                                             Nij Stoatenziel ……………. Nij Stoatenziel.

                                                                             Ede Staal


Groningen Groot en Klein Wetsinge

Het weer varieert van zonnig tot stevige buien en wat is het dan mooi dat je tussen twee buien door dit mooie schouwspel, genomen bij Klein Wetsinge bij Sauwerd, kunt vastleggen.

 Er gaat niets boven Groningen is weer prachtig vastgelegd door één van de bewoners van Paddepoel.


Groot Wetsinge en Klein Wetsinge (Gronings: Groot Wetsen en Klain Wetsen) zijn twee dorpen in de gemeente Winsum in de provincie Groningen. Beide dorpen, die nog geen halve kilometer van elkaar liggen, worden tezamen ook wel Wetsinge (Wetsen) genoemd.
De naam Groot Wetsinge is een wat verwarrende naam; er staan namelijk minder huizen dan in Klein Wetsinge. Groot betekent hier hoog, vanwege de wierde waar het dorp op ligt. Klein Wetsinge, even ten zuiden van Groot Wetsinge, ligt niet op zo'n kunstmatige hoogte.
Het Wetsingemaar en de  Wetsingerzijl zijn genoemd naar Wetsinge. Dit duidt erop dat het in oude tijden een belangrijk dorp moet zijn geweest. De eerste bewoning van de wierde van Groot Wetsinge stamt uit de 3e eeuw v.Chr. In de wierde zijn verschillende vondsten gedaan, waaronder een aarden lampje uit de 1e eeuw. De wierde vormt onderdeel van een cluster van wierden langs de oostelijke oever van de Hunze. Een nog gave wierde verheft zich aan de overzijde van de weg tussen Winsum en Groningen; de Schellingbeheert.. Rond 1890 werd de wierde van Groot Wetsinge aan oostzijde voor een klein deel afgegraven. Dit gedeelte werd bemalen door het molentje van de Lutgenborg’s polder.

(bron: wikipedia)

zaterdag 21 juli 2012

Groningen Stad Centrum Pepergasthuis


Het Pepergasthuis, officieel Geertruidsgasthuis, is een hofje in het centrum van de stad Groningen en heeft altijd bekendgestaan als het Pepergasthuis, vernoemd naar de straat waaraan het is gelegen. Hier wonen als zeshonderd jaar mensen in beslotenheid. Het is dagelijks te bezoeken. Respecteer de privacy en de rust van dit bijzondere gasthuis.


Het Pepergasthuis is in 1405 gesticht door vader en zoon Solleder. Oorspronkelijk diende het als gasthuis voor pelgrims die naar Groningen kwamen. In de Martinikerk werd een relikwie bewaard van Johannes de Doper, dat zeer veel pelgrims naar Groningen lokte. Vanwege die bestemming werd de kapel, die in 1482 bij het gasthuis werd gebouwd, vernoemd naar Gertrudis van Nijvel, die als beschermheilige van de reiziger gezien werd.
Het Pepergasthuis verwierf veel landerijen in de omgeving van de stad, met name in Heidenschap en Beijum.. De parochiekerk van Heidenschap en de kapel te Beijum werden vóór 1500 geïncorporeerd in het gasthuis. De priester trad vermoedelijk op als dorpspastoor van Heidenschap tot afbraak van het dorpskerkje in 1589.

Na de reductie van Groningen in 1594 kreeg het complex, zoals alle katholiek gebouwen, een nieuwe bestemming. Het gasthuis werd een wooncomplex voor oudere stadjers. Groningers van 50 jaar en ouder konden zich inkopen in het gasthuis. Zij kregen dan tot hun dood niet alleen huisvesting, maar ook verzorging. De bewoners werden conventualen genoemd.
Daarnaast werd een deel van het complex ingericht als dolhuis. De arme zielen die hier terecht kwamen konden op zondag tegen betaling bezichtigd worden. In 1702 verhuisden de dollen naar een nieuw gasthuis, het Sint-Anthoniegasthuis aan de Rademarkt.
In de loop van de twintigste eeuw kwamen steeds meer woningen in het complex leeg te staan. De inkoopsom bleek steeds meer een barrière. In 1954 werd daarom besloten dat de woningen ook gehuurd konden worden, waarna de leegstand snel verdween. 
 
De kapel is sinds 1991 in gebruik voor oecumenische diensten. In de oude eetzaal kan gehuwd worden. De woningen worden nu verhuurd door een woningcorporatie (Lefier) en zijn zeer in trek. De jongste bewoner is tweenentwintig en de oudste is achtenzeventig jaar laat men ons vandaag weten.
Het orgel is gebouwd in 1862 door P. van Oeckelen. In 1970 heeft een omvangrijke restauratie plaatsgevonden door Mense Ruiter. 
(bron: wikipedia)

dinsdag 10 juli 2012

Groningen Stad Korrewegwijk Beelden Rollebollen

beelden groningen-rollebollen
beelden groningen-rollebollen
Het kunstwerk ‘Rollebollen’ vinden we in de Korrewegwijk op het Bernouilleplein . Kunstenaar René de Boer combineerde een aantal uitgangspunten van zijn werk. In de jaren zeventig van de twintigste eeuw was hij geïnteresseerd in de wisselwerking tussen enerzijds beeldende kunst en publiek, en anderzijds beeldende kunst en geluid. De bollen zijn gemaakt van aan elkaar gelaste plaatjes messing en hebben een doorsnede die varieert van 90 tot 150 centimeter. Ze zijn gevuld met verschillende materialen zoals houtstaafjes, zand en knikkers. Daardoor hebben ze ieder hun eigen klank, die hoorbaar is als ze in beweging komen. De bollen, die onderling door een ketting verbonden waren, zijn – als een soort performance – diverse malen door de stad gerold waarbij het klank- en bewegingsspel tot leven kwam. Uiteindelijk hebben ze een definitieve plek op het grote speelveld aan het Bernouilliplein gekregen.

René de Boer wil dat zijn werk gebruikt wordt om zo de kloof tussen publiek en kunst te verkleinen. De bollen dienen nu vaak als doelpalen bij het voetballen. Dat ze door het rollen en beklimmen deuken vertonen, ziet de kunstenaar als een natuurlijk proces van verslijten.

zondag 8 juli 2012

Groningen Uithuizen Menkemaborg


De Menkemaborg is in oorsprong een uit de 14e  eeuw daterend huis, een zogenaamd ‘steenhuis’, dat in de loop der tijd vergroot is. Over de familie Menkema is weinig bekend. In het begin van de 17de eeuw vergrootte het echtpaar Clant het gebouw tot een U-vormig huis met de ingang naar het oosten.

In 1682 koopt Mello Alberda het landgoed en na zijn overlijden in 1699 erft zijn zoon Unico Allard het. In 1701 trouwt Unico Allard met Everdina Cornera van Berum en zij verbouwden het huis ingrijpend waarbij de ingang naar het noorden werd verlegd en het huis een barokke symmetrische indeling kreeg. De architect van deze verbouw was Allert Meijer. Voor het verfraaien van het interieur werden kunstenaars aangetrokken. Beeldsnijder Jan de Rijk maakt de imposante schoorsteenmantels van barok houtsnijwerk en Harmannus Collenius schilderde daarvoor mythologische voorstellingen. Ook een heel bijzonder staatsieledikant, gemaakt van gele Chinese zijdedamast, is bewaard gebleven.
De familie Alberda bewoonde de Menkemaborg als buitenhuis tot het overlijden in 1902 van de laatste bewoner, Gerhard Alberda van Menkema en Dijksterhuis. In 1921 schonken zijn erfgenamen het landgoed aan het Groninger Museum. Na restauratie van de tuin en de gebouwen werd de Menkemaborg in 1927 opengesteld voor bezoekers. In 1969 werd de Stichting Museum Menkemaborg opgericht voor het beheer en de exploitatie van het museum.

De kamers, waaronder de grote zaal, herenkamer, studeerkamer, slaapkamer, keuken en kelders zijn volledig ingericht met mooie meubelen, zilver, porselein, koperwerk en portretten uit de 17de en 18de eeuw. De vertrekken zijn levendig ingericht alsof ‘de bewoners zo terug kunnen komen’.
 

Het schathuis
De naam schathuis is afkomstig van het Friese woord ‘skat’ of ‘sket’, dat vee betekent. In feite is een schathuis de boerderij bij een borg. Op de tuintekening uit omstreeks 1705 is te zien, dat het schathuis veel
groter is geweest. In het schathuis werden vroeger de koetsen en de paarden gestald, werd hooi en andere gewassen opgeslagen, maar er werd eveneens gekookt, bier gebrouwen, kaas gemaakt en de knechten hadden hun eigen kamer. Nu is in het schathuis een café-restaurant gevestigd.

Tussen de beide grachten liggen de verschillende en bijzondere tuinen van de Menkemaborg.

vrijdag 6 juli 2012

Groningen Stad Selwerd Plakzuil Eikenlaan


gevoarlek-angelique boter
groningen-selwerd-eikenlaan
Vandaag een blik op de Groninger wijk Selwerd. Een plakzuil voor het Eikenlaanflat aan de Eikenlaan waar dichter Willy Walters in de wijkkrant nummer 1 het volgende over publiceerde:


Gevoarlek

Bewoners van de Eikenlaanflat.
dij mouten, as ze naar boeten goan,
hail smui weden om oet te wieken,
aans blieven ze op heur bainen nait stoan.
Ze joagen van links en ook van rechts
mit ain noodgang om joe tou.
En as je asmis d´r wat van zeggen,
                                                          din krieg je hail voak ´n snaauw.
                                                          Mor ofstappen, niks hoor, laauw.

                                                          Nou hebben d´r lest ´n paar loze guten
                                                          bie deure ´n zoele zet.
                                                          Doar mag elkain recloame op plakken,
                                                                                                                                                                                                                  de tegels glimmen van ´t vet.
                                                          De fietsers en de brommers ook,
                                                          dij swinken doar dus om tou.
                                                          Je kinnen ze glad nait aankommen zain.
                                                          Weg mit dat ding, en gaauw,
                                                           want vaaileghaid stekt hier naauw.

                                                           Willy Walters.