zaterdag 17 maart 2012

Groningen Eenrum Molen De Lelie


groningen-provincie-eenrum-de lelie
Eenrum is een karakteristiek wierdedorp op het Groninger Hogeland. Van verre zijn de hoge toren van de kerk en van molen De Lelie te zien. Samen bepalen ze de skyline van het dorp. De Lelie bestaat dit jaar 150 jaar. Vrijwel elke zaterdag zijn vrijwillige molenaars aanwezig om de molen in werking te zetten.



Veurste Meuln
De geschiedenis van De Lelie gaat terug tot het jaar 1862, toen molenmaker Helenius ten Have de molen bouwde. Zeven jaar eerder werd de zogeheten ‘belasting op het gemaal’ afgeschaft, een belasting die werd geheven op elke zak gemalen graan. Door de afschaffing was iedereen vrij om een molen te bouwen. In heel Groningen verrezen er tientallen, waaronder deze in Eenrum.  Uitzonderlijk oud is De Lelie overigens niet. In het westen van Nederland staan molens die twee keer zo oud zijn.
Een primeur was een molen niet voor het dorp. In Eenrum draaiden er al meerdere,  de eerste al voor 1628. In de Molenstraat stonden er twee. De Lelie werd de derde en kreeg in eerste instantie de toepasselijke naam: de Veurste Meuln. Hij stond immers vooraan in de straat. De andere twee molens heetten voortaan de Middelste Meuln en de Achterste Meuln, al naar gelang hun positie in de straat. Deze twee molens zijn later afgebroken. Alleen de Veurste Meuln, later De Lelie genoemd, staat nog fier overeind.
De Lelie kwam in de loop van de jaren in handen van verschillende families. Boven de ingang van de molen staat op een gevelsteen JH GN 1903, de initialen van het echtpaar Jan Huizinga en Geertruid Nienhuis, en het jaar waarin ze de molen kochten. Beide families waren bekende molenaarsgeslachten, en speelden voor De Lelie een belangrijke rol.
 
Vliegende steen
Een zwarte dag voor de molen was 6 oktober 1954. De eigenaar – met een niet al te beste  reputatie – zat vast op het politiebureau en vroeg of hij naar de molen mocht. Er was storm op komst, en hij wilde de molen zeker stellen. Wat er exact is gebeurd, vertelt de historie niet. Feit is dat aan het einde van de avond de molen op hol sloeg. De zware pelstenen konden de snelheid niet aan. Ze knapten uit elkaar, en schoten door de dikke bakstenen muur naar buiten. Ondertussen vloog de molen in brand. Gelukkig wisten molenaar Geert Spoelman uit Mensingeweer en brandweerman Jan Willemsen de kap van de molen uit de wind te draaien. De molen kwam tot stilstand en de brandweer kon de brand blussen. Dankzij dit heldhaftige optreden bleef de molen voor Eenrum behouden. Twee jaar later werd de molen door de gemeente aangekocht. De molen fungeerde lange tijd als opslagruimte en de wieken stonden decennialang stil. Pa rond de aankoop kreeg de molen haar huidige naam: De Lelie, genoemd naar de bloem in het wapen van de eerste eigenaar Garmt Wiersema Elema.


Restauraties
Tweemaal is De Lelie grondig gerenoveerd. De eerste keer in 1980. Door de restauratie kon de molen na decennialang stilstand weer draaien en malen.  Een tweede tegenvaller – na de vliegende molenstenen in 1954 – vond plaats in 1993, toen de molen het begaf. Eén van de zware balken in de kap brak af, waardoor de molen niet meer op de wind gezet kon worden. Na diverse acties, waaraan de Eenumer bevoking een grote bijdrage leverde, werd de molen door de Stichting De Groninger Molen gerestaureerd.  Op 29 april 1998 werd de molen feestelijk in gebruik genomen. Inmiddels is sinds 2007 Het Groninger Landschap de nieuwe eigenaar. 

(bron: groninger landschap)

vrijdag 16 maart 2012

Groningen Stad Paddepoel Scoutinggebouw De Havik

Aan het Jaagpad in de Groninger wijk Paddepoel staat het scoutinggebouw De Havik.

Bij dit gebouw staat de ontmoeting tussen het verticale en het horizontale vlak centraal. Deze twee symboliseren ook een ontmoeting tussen het Groningse landschap en de stad. Die wordt nog versterkt door de vorm en het materiaal- en kleurgebruik.

Het gebouw, na ontwerp van Jelmer Kamminga,  is aan de buitenzijde, met uitzondering van de pui, bekleed met een geperforeerde corten staalplaat. De authentieke roestbruine kleur is een directe referentie naar de omliggende bebossing.

Binnen staan overzicht en lichtinval centraal. Doordat de entree zich in de kern van het gebouw bevindt, is de indeling van het clubgebouw direct zichtbaar. Insneden op onder andere de hoekpunten van de volumes en het toepassen van een vide zorgen voor een passend lichtspel. Het gebouw is sterk afgestemd op de jonge gebruikers.

Het overzicht in het gebouw is belangrijk en zo vormen de entree, keuken en verdiepingsvloer samen de kern van het gebouw waaruit de leiding van de scouting opereert. Vanuit deze kern kan het gehele gebouw gemakkelijk worden overzien.

dinsdag 13 maart 2012

Groningen Stad Centrum van bovenaf

Vanmorgen hadden we de gelegenheid het centrum van Groningen van bovenaf  te mogen fotograferen. Opname's die we u niet willen onthouden.

De opname's zijn genomen bij één van de woonflats aan De Brink nabij de Winschoterkade.

Alle foto's Groningen Centrum: klik hier



zondag 11 maart 2012

Groningen Stad Zernike Beelden Brachitochroon

Het kunstwerk Brachistochroon is een eerbetoon aan Johann Bernoulli (1667 -1748), die van 1695 tot 1705 hoogleraar wiskunde was aan de universiteit van Groningen en één van de grote geleerden van zijn tijd. Het Bernoulliplein in de Korrewegwijk is naar hem vernoemd.

Het Bernoulli monument is geïnspireerd op het brachistochroon-probleem dat Bernoulli in 1696 formuleerde: een probleem dat kortweg neerkomt op de vraag welke vorm de snelst denkbare glijbaan heeft. Kunstenaar Henk Oving heeft het antwoord op die vraag als uitgangspunt voor zijn beeld genomen. Het kunstwerk bestaat uit een gebogen constructie die tegen een cirkel rust.

Aanvankelijk stond het beeld op een grasveld, maar later kreeg het een plek in de vijver van het Zernikecomplex.
Het kunstwerk van Henk Oving is onderdeel van het kunstproject Kennisjaren 1994-2014 van de Rijksuniversiteit Groningen. Dit project werd in 1994 gestart ter gelegenheid van het 380-jarig bestaan van de universiteit en eindigt in 2014 bij het 400-jarig bestaan. Het kunstwerk staat aan de Zernikelaan.

vrijdag 9 maart 2012

Groningen Stad Paddepoel Beelden Genesis

groningen paddepoel-bisschop bekkersschool-siriusstraat
groningen-paddepoel-beelden genesis
‘Genesis’ bestaat uit twee aluminium rechthoeken. Het onderste langwerpige gedeelte heeft een gebogen oppervlakte waarop staven en bolvormige voorwerpen in groepen zijn geplaatst. Ze doen daarbij sterk denken aan bloemknoppen.

Henri de Wolf vervaardigde ‘Genesis’ in 1966 in opdracht van de rooms katholieke lagere school “Bisschop Bekkers” in de Siriusstraat in Paddepoel. De titel van het beeld verwijst naar het eerste boek van het Oude Testament (het eerste gedeelte van de Bijbel). Genesis vertelt het verhaal van het ontstaan van de wereld en de mensheid alsmede het verhaal van de aartsvaders van het Joodse volk en hun nageslacht.

Henri de Wolf (1938-1986) was een veelzijdig kunstenaar. Naast beeldhouwer was hij kunstschilder en verder hield hij zich ook nog met jazzmuziek en grafische vormgeving bezig. In de jaren zestig van de 20e eeuw zorgde hij met andere Groningse kunstenaars, waaronder Edu Waskowsky, Martin Tissing en Jo van Dijk voor verlevendiging van het kunstklimaat in Groningen. Een bekend voorbeeld daarvan is ‘De Gestolde Gasbel’, een rijdend plastiek dat hij in 1965 met Edu Waskowsky maakte ter gelegenheid van de tentoonstelling Gr4K in het Groninger Museum.

In 1983 richtte De Wolf de kunstenaarsvereniging Forma Aktua op, die nu nog bestaat in de vorm van een galerie aan de Nieuwstad.

maandag 5 maart 2012

Groningen Stad Selwerd Kerkorgel de Fontein

Het Mense Ruiterorgel - de Fontein

Typische Mense Ruiter-kenmerken zijn terug te vinden in het galerij-orgel in de Fontein. Hoewel het orgel geclassificeerd wordt als een neo-barok-orgel, is meteen duidelijk dat de naam neo-barok enigszins misleidend is. De inspiratiebron van de neo-barokke orgels waren weliswaar de oude barokorgels, maar kasvorm, windladen, mechaniek en mensuren lijken totaal niet op die van de orgels uit de barok. De klavieren van het Fontein-orgel lopen bijvoorbeeld tot g”’ (g3, dat wil zeggen 56 toetsen); een romantische invloed, die pas na 1828 in Groningen in de orgelbouw voorkomt. Echte barokorgels hebben niet meer dan 49 toetsen.
Het orgel werd in 1961 in gebruik geno­men in de toen al vijf jaar oude Goede Herderkerk. In 1997 onstond door het federeren van een aantal gereformeerde en een hervormde wijkgemeente de huidige SoW-gemeente De Fontein. Bij dit proces werden een drietal kerkgebouwen geslo­ten, waaronder de Goede Herderkerk (juni 1997) en een nieuw kerkgebouw gebouwd aan de Eikenlaan: De Fontein (geopend november 1998; architect Karelse van der Meer). Door een gelukkig toeval, de nieuwe eigenaar van de Goede Herderkerk was een pinkstergemeente, kon het orgel uit deze kerk worden meegenomen naar het nieuwe kerkgebouw. Vrij bijzonder bij de nieuwbouw van De Fontein is het feit dat voor de bouw al duidelijk was welk orgel in de kerk zou komen. Het orgel in De Fontein kon daarom in overleg tussen orgelbouwers en architect een zo goed mogelijke plaats worden gegeven. Vanwege het noodzakelijke droogstoken werd in het najaar van 1999 begonnen met .de her-plaatsing van het orgel door de firma Mense Ruiter Orgelbouwers bv uit Zuid-wolde.

Op 28 januari 2000 werd het orgel tijdens een feestlijk concert weer in gebruik genomen. Tijdens de opbouw zijn een paar wijzigingen aangebracht aan het orgel. Zo bleek de grondtoon in De Fontein nogal te worden versterkt, vooral de lage tonen. De lage tonen zijn daarom wat zwakker gemaakt; het hoge gebied is ongewijzigd gebleven. Het hoofdwerk van het orgel is verder uitgebreid met een Trompet 8′ .
Dit is een origineel, nog door Mense Ruiter gemaakt exemplaar, dat nog aanwezig was bij het orgelbouwbe­drijf. Ook is de kast (gedeeltelijk) vernieuwd: het orgel is indertijd in de Goede Herderkerk ingebouwd, waardoor bij de demontage een deel van de kastcon-structie moest worden stukgezaagd. Een orgel kent een aantal verschillende registergroepen met elk een eigen klank­kleur. De belangrijkste daarvan zijn de prestanten (hoofdpijpen, verantwoor­delijk voor de specifieke orgelklank), de fluiten (o.a. holpijp, roerfluit en speelfluit) en de tongwerken (Bazuin, Trompet en Dulciaan). De grootste orgelpijp in het Fontein-orgel heeft een lengte van 2,45 meter (8′=8 voet).
De muziek is Eén van de werken: Herr Jesu Christ, dich zu uns wend’a 2 Clav. E. Pedale-BWV 709 gespeeld door organist Sietze de Vries

zondag 4 maart 2012

Groningen Stad Centrum Groninger koek


groningen-centrum-gedempte zuiderdiep 154
Al eeuwen wordt in Groningen een goed gevulde koek gemaakt die tot ver buiten de regio bekendheid geniet. De koek is een eigen variant op Deventer koek. Vanaf 1640 verenigden de koekbakkers in Groningen zich in een eigen gilde met de bijenkorf als blazoen en St. Nicolaas als patroon. 

Na de afschaffing van de gilden in 1795 mochten broodbakkers ook koek maken. Velen gingen koekbakken. Een aantal bedrijven krijgen in de afgelopen twee eeuwen bekendheid met hun koek, zoals Meijers koek aan Tusschen beide Markten of Foppe de Haan bij de Apoort, en later Klaassens Koek in de Herestraat.

Knol's Koek is bekend sinds de jaren vijftig. Het bedrijf is echter veel ouder. In 1923 kocht grondlegger Egge Knol een bakkerij aan het Zuiderdiep van bakker Bosman, die het bedrijf eerder overnam van bakker Afman.
Knol had een complete bakkerij met brood, beschuit, roggebrood, koek en banket met, in navolging van zijn voorganger, als specialisme Echt Duitsch brood. Na de Tweede Wereldoorlog was daar geen belangstelling voor.

Vanaf de jaren vijftig ging Knol, inmiddels samen met zijn zoon Durandus, zich meer op koek toeleggen. Sinds eind jaren zestig is dit het enige product. Durandus Knol was toen directeur van de Fa. E. Knol & zoon. Egge Knol was intussen overleden.

In 1982 kwam Edwin Knol, zoon van Durandus, als derde generatie in de zaak. Hij volgde zijn vader in 1986 op als directeur. Onder zijn leiding groeide het bedrijf uit een van de bekendste koeknamen in de stad Groningen. Groninger koek was ondertussen al lang uitgegroeid van een plaatselijke lekkernij tot een van de iconen van de Groninger identiteit, samen met de Martinitoren.

groningen-centrum-gedempte zuiderdiep 
In 1958 is de bakkerij verplaatst naar een voormalige wasserij aan het Hoendiep, maar de zaak aan het Zuiderdiep bleef als winkel in gebruik. Aanvankelijk had dit huis er net zo uitgezien als beide buurpanden, maar in 1937 werden winkel en bovenwoning ingrijpend verbouwd onder architectuur van Harm Eltje Nienhuis uit Uithuizermeeden. In 1962 werd de winkel intern vergroot. In 1988 verklaarde de gemeente Groningen het pand met de gevel in Amsterdamse school stijl tot een gemeentelijke monument van jonge bouwkunst.

(Tekst: dr. Egge  Knol      conservator Groninger Museum)